Nederland:   VOC; rampjaar 1672 (radeloos-redeloos-reddeloos); eerste stadhouderloze tijdperk; Engelse oorlogen; ontdekkingsreizen; Gouden Eeuw; de Ruijter; Rembrandt; Stevin;

Zaandam:   opkomst windmolens; Oost- en Westzaandam gescheiden; nieuwe stenen schutsluis in de Dam; tsaar Peter op bezoek; schepen via overtoom over de Dam; 

Dit is een fragment uit een notariële akte van 1 maart 1689. Op de derde en vierde regel staat: “tot Plijmuijd in het koninckrijk van Engelant”. Deze akte vertelt het verhaal van een Claas Claaszoon Kan, die in januari van het jaar 1689 als stuurman op een fluitschip naar Engeland voer. Claas had het bevel over het schip moeten overnemen, omdat de schipper was overleden. Onder zijn bevel was het schip de haven van “Plijmuijd” (Plymouth) binnengelopen vanwege “een groote ancomende ijsgang”. In de monding van de haven voor anker liggende werd het schip alsnog door het ijs bedreigd en was men genoodzaakt de ankerketting te kappen en het anker achter te laten.

Omdat de eigenaar van het schip het verlies van het anker officieel wilde laten vastleggen, kwamen Claas en twee van zijn collega’s op 1 maart 1689 bij notaris Johan van der Struijck. Scheepseigenaren hadden vaak onderling een verzekering geregeld en reder Claas Beijker kon met deze notariële akte waarschijnlijk de kosten van de aanschaf van een nieuw anker bij de verzekering terugvragen.

“naar de Canarisse IJlande” 

Teksten uit de zeventiende eeuw zijn moeilijk te ontcijferen en dat geldt zeker voor de akte waaruit het fragment hierboven afkomstig is (8 juli 1693). Met enige moeite is op de laatste regel de tekst “naar de Canarisse IJlande” te ontcijferen. De Claas Claaszoon Kan uit deze akte is, dit keer als schipper,  samen met vier schepen van de Verenigde Oost-Indische en twee schepen van de West-Indische Compagnie vanuit de omgeving van Texel vertrokkenen naar deze eilandengroep. Men vaart “in compagnie” (in een groep) en maakt een lange omweg rond de noordkant van Schotland om de Duinkerker kapers te ontwijken. Helaas verliest Claas door een storm het contact met de andere schepen en moet hij alleen verder. Hij wordt ter hoogte van de Franse kust alsnog aangevallen door een kaperschip uit Saint-Malôt. Schip en lading worden beschadigd. Claas legt op 8 juli 1693 verantwoording af bij notaris Daniel Luijts in Oostzaandam.

Dat het in deze twee akten om dezelfde Claes gaat is natuurlijk niet zeker, maar in beide documenten wordt Oostzaandam als woonplaats genoemd en als Claes jarig was tussen 1 maart en 8 juli (de data van de akten), klopt ook de leeftijd. Het is natuurlijk mogelijk dat er twee even oude Claes Claeszoons Kan in Oostzaandam woonden die alle twee zeeman waren, maar aangezien er in de kerkelijke archieven van een paar jaar later maar één familie Kan voorkomt en er dus sprake is van een kleine familie, is dat niet waarschijnlijk.

na oostindiën gevaaren

In een volgende akte (1716) laat een Antje Kan, gesteund door twee getuigen, notarieel vastleggen dat Klaas Klaaszoon Kan haar vader is en dat deze Klaas “na haer beste geweeten in den jaare 1710 voor opper-timmerman na oostindiën is gevaaren ende daar overleden soude sijn”. (Zie afb. hierboven) Onderzoek in het Nationaal archief, waar alle gegevens van de Verenigde Oost-Indische Compagnie bewaard worden, heeft (nog) geen gegevens opgeleverd die bevestigen dat Klaas inderdaad naar “Oostindiën” is gevaren.

Tenslotte hebben we in de kerkboeken van de Gereformeerde kerk in Oost-Zaandam nog de vermelding van de belijdenis van een Klaas Klaaszoon Kan op 30 juni 1697. Deze Klaas woont op het Molepad.

Wat kunnen we nu met al deze informatie? Kunnen we al die Klazen en Antje op de een of andere manier koppelen aan de stamboom van onze familie Kan? Daarvoor is het noodzakelijk dat we een verbinding kunnen maken met Jan Klaaszoon Kan. Jan kunnen we beschouwen als de “stamvader” van deze familie Kan omdat we voldoende bewijs hebben om hem (en zijn vrouw Jopje Trommels) te koppelen aan de Kannen van vandaag.

Speurwerk in de archieven van Zaanstad levert wat meer informatie op over Antje. In het vertrekboek van de Gereformeerde kerk staat dat Antje op 10 juni 1721 samen met haar man (Joost Janszoon Gruijs) en waarschijnlijk twee kinderen (Neeltje en Cornelis) van het Seyltje (buurtje in Oostzaandam) naar Amsterdam vertrekt. We komen Antje daar weer tegen in de doopboeken van de Oude Kerk. Op 15 februari 1722 wordt haar zoon Klaas gedoopt door dominee Cornelis Houthof en op 30 mei 1723 nog een Klaas, gedoopt door dominee Wilhelmus Vonk. De getuigen in beide gevallen: Jan Klaaszoon Kan en Geertie Fijkes!

Geertje Fijkes

Over deze Geertje Fijkes weten we wat meer. In het kerkenraadboek van de kerk in Oostzaandam wordt Geertjes belijdenis genoemd op 23 december 1696. Ook Dirk Fijkeszoon doet op die dag belijdenis. Deze Dirk Fijkeszoon werd eveneens genoemd in de akte die Antje in 1716 liet opstellen. Zijn achternaam was de Vries en hij was de zwager van Klaas Klaaszoon Kan. Dat betekent dat Geertje Fijkes getrouwd was met de Klaas Klaaszoon die naar Indië vertrok. Dan was Geertje op 15 februari 1722 dus aanwezig bij de doop van haar kleinzoon Klaas Gruijs. De tweede getuige is Jan Klaaszoon Kan! Dat dat “onze” Jan Klaaszoon is, is vrijwel zeker. Uit latere archieven blijkt dat er in Oostzaandam maar één familie Kan woonde. Bovendien krijgt de tweede dochter van “onze” Jan in 1739 de naam Geertje. Ze wordt dus vernoemd naar haar oma.

Opvallend is verder dat “het Molepad” een aantal keren genoemd wordt. Geertje Fijkes de Vries woont op het Molepad en ook bij de belijdenis van Klaas Klaaszoon in 1796 wordt het Molepad genoemd. Dit zelfde adres wordt in 1722 ook vermeld bij de belijdenis van ene Grietje Kan. In haar testament (1750) wordt duidelijk dat Grietje en Jan Klaaszoon Kan broer en zus zijn (Ze doen ook belijdenis op dezelfde dag).

De Klaas “van het Molepad” deed zijn belijdenis in 1696. Men deed belijdenis op ongeveer twintigjarige leeftijd. Klaas is dan rond 1676 geboren. Claas de zeeman werd, volgens de informatie uit de notariële akten, rond 1657 geboren en hij zou de vader van Klaas “van het Molepad” kunnen zijn.
Graag hadden we op deze pagina een sluitend verhaal willen vertellen over Claas Claaszoon Kan. Helaas is dat niet mogelijk. Er zijn over deze periode geen archieven die voldoende informatie verschaffen om de juiste familieverbanden vast te stellen. De beschikbare informatie komt voornamelijk uit notariële akten. Zekerheid over de stamboom van deze familie Kan begint pas echt bij Jan Klaaszoon.

Kortom, het verhaal over de Clazen en/of Klazen is een verhaal vol onzekerheden, maar, zoals eerder gemeld, de familie Kan was maar een kleine familie in een klein dorp, dus helemaal onwaarschijnlijk is het ook niet.