Een prachtige aanvulling op het werk van Jacob en Antje is geschreven door zijn kleinzoon Co Scholtens:

Vermoedelijk was hij (Jacob) ongeveer 14/15 Jaar oud, dat hij dus na zijn schoolse jaren met werken is begonnen. Zijn werkgever werd Verkade. Grootvader droeg in de week een zilveren zakhorloge, dat hij bij zijn 25 jarig jubileum bij Verkade had gekregen. Voorts had hij ook een gouden horloge, dat hij zondags droeg en of zelf had aangeschaft of van zijn ouders had gekregen.

Inderdaad heeft hij deel uitgemaakt gedurende een aantal jaren van de min of meer zelfstandig opererende broodfabriek. Vermoedelijk heeft hij zich ook verkoopwerk eigen gemaakt, dat hem in zijn verdere loopbaan van pas kwam. Na zijn jubileum is hij uit dienstverband gegaan en is hij met behulp van Verkade  – die in die tijd tot oprichting van Verkade’s speciaal zaken overging – een eerste winkel in Zaandam gaan runnen aan de Ooievaarstraat 14. Verkade was de eigenaar van het pand en Grootvader huurde dat. Inmiddels was het Verkade’s assortiment zeer uitgebreid en naast beschuit bestond dit ook uit bonbons, repen en allerlei soorten biscuits etc. Brood was er toen al niet meer bij.

Jacob voor zijn winkel aan de Ooievaarsstraat in Zaandam

De beide grootouders waren geknipt voor het zakendoen, Opa op de weg en Oma was de interne zakenvrouw met verstand van geld, inkoop en voorraadbeheer. Oma was  bij wijze van spreken de huidige computer.

Opa’s  klantenkring zat in de rijke buurten van Amsterdam, hij ging daar dagelijks per handkar heen met de Salonboot Zaandam/Amsterdam v.v. Weer  of geen weer! Hij had er slag van om te gaan met dienstbodes en Mevrouwen en sleet  daar veelal de meest luxe dozen van Verkade (Met hoge verkoop-marges).

Oma bestierde alles thuis. Ze stonden vroeg op, Oma had er slag  van de handkar te beladen inclusief een paar grof gebreide sokken in de winter, die gebruikt konden worden bij gladde weg. Zij wist ook precies welke artikelen bij welke klanten in trek waren en daarmede werd met de belading rekening gehouden…

Men had een druk leven maar de verdiensten waren er ook naar. De  Zaak breidde uit, er kwam een knecht bij en later de schoonzoon, de heer J.A. Jansen. Deze kwam van de grote vaart en trouwde met de jongste dochter Elisabeth.

Met de komst van de schoonzoon werd inmiddels met 2 auto’s gereden en daarover vertelde Grootvader dat de omzet leuk toenam maar ook de kosten en dat hij begin dertiger jaren de tijd rijp vond de zaak aan zijn schoonzoon (mijn oom Jan ) over .te doen. Ook vond hij het onverstandig als er 2 kapiteins op het schip zouden zijn. Daarnaast wilde hij ook niet overspannen raken van de nieuwe situatie.

Onvermeld behoeft niet te blijven, dat  zij  goed hebben kunnen  rondkomen van het geld, dat zij in die jaren in de winkel aan de Ooievaarstraat  hadden verdiend. Oma bleef de financiĆ«n op orde .houden.