Het begint met een notariële akte uit 1716. Antje Kan laat, gesteund door twee getuigen, notarieel vastleggen dat Klaas Klaaszoon Kan haar vader is en dat deze Klaas “na haer beste geweeten in den jaare 1710 voor opper-timmerman na oostindien is gevaaren ende daar overleden soude sijn”.

Verder weten we uit de kerkboeken dat een Klaas Klaaszoon Kan (“van het Molepad”) op 30 juni 1697 belijdenis deed in de Gereformeerde kerk van Oostzaandam. De gebruikelijke leeftijd voor de belijdenis was ongeveer 21 jaar. Deed men belijdenis op latere leeftijd dan werd er in het kerkboek meestal genoteerd “out gedoopt”. Bij Klaas is dat niet het geval en we mogen er dus van uit gaan dat deze Klaas in 1697 ongeveer 21 jaar oud was en rond 1676 is geboren.

Er  zijn aanwijzingen dat deze Klaas, de vader is van Jan Klaaszoon Kan, de man van wie we zeker weten dat hij een voorvader is van veel families Kan van vandaag. Het adres van Klaas, het Molepad, wordt in 1722 namelijk ook vermeld bij de belijdenis van ene Grietje Kan. Ook zij kwam van het Molepad. Een testament van later datum maakt duidelijk dat Grietje en Jan Kan broer en zus zijn en ze zullen dus beiden op het Molepad gewoond hebben.

Bovendien weten we iets meer van Antje die voorkomt in de hierboven genoemde notariële akte. In die akte wordt gemeld dat Antjes vader, Klaas, een zwager was van Dirk Fijkeszoon de Vries. In de boeken van de kerkenraad van Oostzaandam staat beschreven dat Dirk Fijkesz. belijdenis doet op 23 december 1696. Op diezelfde dag doet ook Geertje Fijkes belijdenis. Bij beiden staat het adres: ’t Molepad. Deze gegevens maken het  aannemelijk dat Dirk en Geertje broer en zus zijn. Als Dirk een zwager is van Klaas Kan, dan mogen we aannemen dat Dirks zus, Geertje, de vrouw was van Klaas.

De kerkboeken melden verder nog dat Antje op 10 juni 1721 samen met haar man (Joost Janszoon Gruijs) en waarschijnlijk twee kinderen (Neeltje en Cornelis) van het Seyltje (buurtje in Oostzaandam) naar Amsterdam vertrekt. En daar komen we haar in de doopboeken weer tegen:

Op 15 februari 1722 wordt in de Oude kerk haar zoon Klaas gedoopt door dominee Cornelis Houthof en op 30 mei 1723 nog een Klaas, gedoopt door dominee Wilhelmus Vonk. De getuigen in beide gevallen: Jan Klaaszoon Kan en Geertie Fijkes! Antje liet dus haar broer en moeder overkomen om in Amsterdam in de Zuiderkerk getuige te zijn bij de doop van haar kinderen.

Dus: Antje’s vader heette Klaas (zie akte). Zijn zwager was Dirk Fijkesz. de Vries. Zijn zus Geertje was dan de moeder van Antje, Grietje en Jan. En Antje liet haar moeder en broer getuigen bij de doop van haar kinderen in Amsterdam. Dat Geertje de moeder was van Jan blijkt verder nog uit de naam van zijn oudste dochter: Geertje, vernoemd naar oma.